Veel haken en ogen

“Ik heb online echt een prachtige kar gezien. Die zou ik wel willen kopen.” Willem Steenslag tikte gespannen met zijn vingers op het bureau van Gerard Gloedmeijer en keek de wat grijzende belastingadviseur met grote ogen aan. “Zo’n kar past precies in mijn plannen.”
“En nu vraag je je af of je dit belastingtechnisch kunt doen?” Gerard Gloedmeijer keek hem onderzoekend aan terwijl hij een slok van zijn koffie nam.

“Nee, het geld heb ik er wel voor,” antwoordde Steenslag. “Ik vroeg me alleen af of ik uw oplegger misschien mag lenen. Dan kan ik de kar naar Nederland vervoeren.”
“Naar Nederland? Waar staat dat ding dan?”
“Duitsland. Net over de grens bij Oberhausen.”
“Oberhausen? Je wilt dat ding dus importeren?”Gloedmeijer zette zijn koffie neer met een zuchtje en streek zich nadenkend door het golvende haar op zijn gebrilde hoofd. “Importeren is een heel gedoe, Willem. Op dit gebied wordt er zoveel gesjoemeld en gefraudeerd. Kun je datzelfde ding niet in Nederland kopen?”

Steenslag schudde zijn hoofd. “Dit ding is een stuk langer dan de gewone modellen. Dus er kan veel meer in.”

Gloedmeijer knikte.  “’T is je eigen verantwoordelijkheid. Importeren is moeilijk. Ik heb weleens gehoord dat je, als je een kar in Duitsland koopt, twee keer BTW moet betalen. Zeker weet ik dat niet, maar ik kan het voor je uitzoeken.”

Steenslag kneep zijn ogen samen en keek Gloedmeijer niet-begrijpend aan. “Waarom moet ik twee keer BTW betalen? Een prijs is toch gewoon een prijs. Bovendien wat kan het de belastingdienst nu schelen of ik zo’n ding uit Oberhausen haal, uit Monnickendam of uit de Canarische eilanden?

Gloedmeijer fronste zijn wenkbrauwen. “We doen niets illegaals, hè Willem. Alles wat jij aankoopt wordt netjes geregistreerd bij onze vrienden met de blauwe enveloppen.”
Steenslag trok met zijn schouders. “Geen probleem. Ik begrijp alleen al die ophef niet zo.”

Gloedmeijer verschoof de bril op zijn neus en zette zijn computer aan. “Er zitten echt veel haken en ogen aan het importeren van een kar. We zullen eerst eens de BMP gaan berekenen.”

“De BMP? Wat is dat?”

“Dat,” zei Gloedmeijer met een zelfverzekerde blik, “is de extra belasting die je moet afdragen. Dat scheelt nogal van model tot model en hangt ook af van het bouwjaar.”
“Bouwjaar?” zei Steenslag. “Dat is toch niet belangrijk. Ik denk oud. Het gaat er toch om dat het ding rijdt?”

Gloedmeijer schudde zijn hoofd. “Ik zei je al dat het heel ingewikkeld is. Wat is het merk?”
Steenslag zuchtte. “Weet ik veel. Ik heb geen idee.”
Gloedmeijer staarde vol ongeloof naar Steenslag. “Je weet het merk niet eens? En de kilometerstand dan? Hoeveel kilometers zitten er op? Veel handelaren sjoemelen namelijk met de kilometerstand bij het importeren van een auto.”
“Wat zegt u?” vroeg Steenslag op verbaasde toon.
“Het importeren van een auto?” sprak Steenslag op verbaasde toon. “Maar het gaat helemaal niet om het importeren van een auto.”
“Wat?” Gloedmeijer keek als door een adder gebeten op en stootte per ongeluk met zijn elleboog tegen zijn koffie zodat die over de rand van zijn kopje klotste en grote, bruine vlekken maakte op zijn glanzende bureau. Hij onderdrukte een vloek en sprak op koele toon: “Waar gaat dit eigenlijk over?”

“Over een kar,” sprak Steenslag met matte stem. “Dat zei ik toch? Ik heb een grote boerenkar nodig voor het carnaval van volgend jaar. Iedereen moet er in passen en nu heb ik in Oberhausen zo’n prachtige boerenkar gezien die precies voldoet aan mijn wensen.”

“Een boerenkar?” rochelde Gloedmeijer.
“Ja,” antwoordde Steenslag. “Maar als ik jou zo hoor moet ik er maar vanaf zien. Dubbele BTW, BMP, bouwjaar. Dat wordt me allemaal wat te moeilijk.”
Hij schoof zijn stoel naar achteren en stond op. “Evengoed bedankt voor uw raad, Mijnheer Gloedmeijer. Doet u de groeten maar aan uw vrouw.”
De deur sloeg met een klap dicht en Gloedmeijer trok grommend wat tissues uit een doos op zijn bureau. Terwijl hij de koffievlekken wegveegde vroeg hij zich af hoeveel tijd hij in rekening kon brengen voor zijn kundige advies aan Willem Steenslag.